Tags

, , , , , , , ,

Als naïeveling vind ik soms verlichting alsook troost in ongecompliceerde woorden. Ze maken het moment perfect en roepen bijwijlen een halt toe aan de mallemolen in mijn hoofd. Neem alvast een nipje pompwater om de voor jullie klinkklare onzin door te spoelen, want chaos is jullie vreemd, toch?

Daarentegen blijf ik als nieuwsgierig aagje ook weleens haperen aan grote, dikke woorden waarvan ik denk: wie vindt er zulks toch uit? Nadat mijn leergierigheid het haalt van de ergernis, verdiep ik me in de definitie ervan, waarna het desgevallend woord gedeletet of opgeslagen wordt, in mijn hoofd welteverstaan. Mijn geheugen is namelijk onverwoestbaar, net als mijn verdoken optimisme. Verslik u niet.

Helaas passen de tot mijn verbeelding sprekende woorden niet altijd bij wie ik daadwerkelijk ben, net zoals je je in dat beeldige prinsessenjurkje wurmt en ervan uitgaat dat het je een pompoenritje zal bezorgen met gratis overnachting. Boerenleute zonder hooi, dat!

Niettemin gebeurt het dat ik een pas ontdekt strak woord of begrip stoutmoedig in een zin smijt en bij het nalezen aangenaam verrast ben dat het niet verwaand overkomt en vooral, dat er niets van mijn eigenheid verloren ging. Verveelde Germanisten of betweters die mijn luchtbel willen doorprikken, lees eventjes een stationsromannetje om je aan te ergeren. Dank.

Virtuele assertiviteit is de max.

Een degelijke woordenschat hebben is geen referentie om nooit meer voor schut te zullen staan. Ook al giet je de woorden met veel precisie in hun vorm, wanneer er noch gevoel noch overtuiging over gestrooid werd, blijven het loze woorden en ga je beter vissen. Ik heb ooit nog paling gevangen.

Zijn jullie met de vingers aan het tikken, klaar om bla, bla, bla naar beneden te scrollen? Niet hoogstaand genoeg of is het tijdsdruk? Ja, dat zal het vast zijn. Les excuses sont faites pour s’en servir. Och gottekes, ze kent wat woordjes Frans.

De maand december heb ik op automatische piloot ondergaan. Die was dusdanig ingesteld om alles wat op een rendier leek vooral NIET overhoop te rijden. Desondanks stond naar het einde van de maand toe mijn hoofd op springen, vol met indrukken, kerstergernis en verstoorders van mijn rust. Mijn schrijfuitlaatklep liet het afweten.

Ik had af en toe een opflakkering en dan nam ik plaats voor de computer, maakte een word-document open en gaf het een geforceerde titel, zodat het me dat bevrijdend gevoel van voldoening gaf, alsof ik op het punt stond om een meesterwerk te schrijven. Niet dus. Jullie hebben het nog tegoed. Veeg die grijns van jullie gezicht.

Ik las het herhaaldelijk. Dat ene zinnetje hield me bezig, heel simpel en zoveel zeggend: “Blijven dromen en verdwalen.” Klein geluk heet dat dan. Een zin kan mij wel degelijk een schop onder mijn kont geven met de bijhorende moed. Dromen begonnen weer te dagen en opeens liep ik de maand januari binnen met een lage hartslag en een doel en nu klopt februari op de deur. Ik was gewoon verdwaald in december en vond mijn woorden niet. Het gebeurt met de beste.