Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

Hij gaf een laatste klakkend zoentje, zoals hij zo vaak deed, vooral als er lekkers te rapen viel of op commando omdat wij dat eigenlijk schattig vonden, keer op keer. Die vogel heeft wat afgekust in bijna vijf decennia.

De dierenarts gaf vervolgens een prikje in zijn buik en twee tellen later vloog hij naar de dierenhemel, waar hij thans in goed gezelschap vertoeft en hopelijk geen vogel voor een of andere kat zal zijn. Stel je voor.

De onvoorwaardelijke en intense zorg voor Jacko de roodstaartpapegaai en vader, totemsgewijs Grote Grijze Vogel genaamd, was niet altijd heilzaam voor moeders bloeddruk. Die werd af en toe naar het plafond gekatapulteerd, om daar eventjes te blijven hangen.

Het lichaam protesteert en kraakt, maar breken doet het niet, aangezien haar vernuft krachtige signalen stuurt in de trant van: rust roest. Dat van dat morfinepilletje houden we stil. Vader draagt natuurlijk ook zijn steentje bij. Wat had je gedacht, dat hij de godganse dag zoentjes geeft?

Aldus ging het al een tijdje niet zo denderend met meneer de papegaai. Hij zat er wat futloos en moedeloos bij volgens moeder. Je zou voor minder als je zolang in een kooi zit, toch? Ik ben jullie wat voor.

En toch, hij had zo zijn vrijheden. Hij mocht onbezonnen rondtrippelen in de keuken, waar hij eten afschooide bij moeder, terwijl ze aan het kokkerellen was. Hij had een waaier van lekkernijen op zijn menu: spaghetti, vlees, aardappel, frietjes,  groenten, fruit, een ijsje. Moeder durfde weleens een stukje brood soppen in wat jenever, om hem het zwijgen op te leggen. Haar motto: wat je niet doodt, maakt je sterker. Dat beest bleef maar leven.

Hij ging op verkenning in de garage, waar hij op de fietsen klom. Tijdens zijn waggelende roadtrip had hij zijn vernielzucht niet altijd even goed onder controle, tot ergernis van moeder. Ze schoot uit haar sloffen, wat eigenlijk niets meer dan een schuin kopje en een vogelgrijns teweegbracht. De keukenhanddoek tevoorschijn halen was hét ultieme en het meest efficiënte middel om zijn buitensporigheden een halt toe te roepen.

Herhaling zit natuurlijk in de genen van een papegaai. Twee minuten nadat ze haar rug had gedraaid, vervolgde hij alweer als een verwaande vogel zijn knibbel- en knabbelgangetje. Het vijfde kind.

Wanneer het mooie weer zijn opwachting maakte, was het tijd om de kooi buiten te hangen onder het afdak van het terras. Veelal was het kooideurtje open, zodat hij een spontane walk-about kon doen. Het was er de geknipte vogel voor.

Begon het plotsklaps te regenen terwijl hij bovenop de kooi zat, dan rekte hij zich zodanig uit tot onder de dakgoot en liet hij de regendruppels welwillend op zijn kopje en kleine lijf plenzen, wapperend met zijn vleugels. Slim was hij ook.

Bleef de regen achterwege, dan pakte moeder hem onbevreesd beet bracht hem met veel gekwetter en kabaal naar de badkamer, waar hij een volwaardige,  verfrissende douche kreeg. De vleugels werden weer stofvrij. Een proper huis is een mooi huis, dacht moeder. Hij werd in een handdoek gedraaid gelijk een pasgeboren baby, om geen valling op te doen. Vluchten kon niet meer. Het gekwetter verstomde en maakte plaats voor een zoentje.

Het was een graag geziene vogel, vooral dan vanop afstand. Bij vader kroop hij weleens op de schouder, peuzelde voorzichtig aan zijn oor en vertelde wat onzin, tot hij dan weer eens in vaders vinger knapte en de liefde weer over was.

Dat we hem zo gek als een deur maakten door constant over de tralies heen en weer te ratelen heeft er misschien wel iets mee te maken dat we allemaal op gezette tijden en vooral onverwacht een ferme knip kregen in lip, neus of vinger. Moeder was de uitzondering.

De laatste maanden hield ze hem met argusogen in de gaten en zag dat het van kwaad naar erger ging. Hij kon niet meer klimmen, viel constant van zijn stok, wat natuurlijk nefast is voor een geknipte vogel, want dan ben je vogel af, toch?

Een bezoek aan de dierenarts mocht niet uitblijven, want een dier mag niet onnodig lijden, zoveel is zeker. Medicatie mocht niet baten en na wat uitstelgedrag werd dan toch de pijnlijke knoop doorgehakt.

Exit van een vrolijk tijdperk waarin Jacko de namen schreeuwde van vader en moeder, kinderen, klein– en achterkleinkinderen, een hond en menig kat en vertellingen brabbelde dat het een lieve lust was.

Meneer de papegaai mocht terug mee naar huis, met de oogjes dicht en de snavel toe. Na een nachtje frigo werd hij ’s anderendaags liefdevol, gewikkeld in een handdoek en gelegen in een champagnekistje, in de tuin begraven, zoals het een luxe-beest betaamt.