Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

29 januari 2021

‘Ja, mevrouw’, zei hij kordaat. ‘We zullen u moeten opereren’. ‘Ja maar, dat gaat niet, want ik heb een kat en ik ben alleen. En ook, ik ben aan het trainen voor een marathon’, raaskalde ik. ‘Nou, die marathon zal u eventjes mogen vergeten. U hebt nog een tiental minuten om wat telefoontjes te plegen en dan komen we u halen,’ zei meneer de chirurg van de interne organen. Weg was hij. Mijn hersenen draaiden op volle toeren. Daar lag ik dan in een ruimte op de spoedafdeling met helse pijnen in de buik. Ja, u leest het goed: Hels! Drama! Lees verder en stop met dat rologen. 

Ik werd naar het operatiekwartier gereden. Grey’s Anatomy was nog nooit zo dichtbij. ‘Wat is dit hier?’ vroeg iemand. Mijn witte stok lag ietwat verdoken naast me op het bed. Ik griste die uit zijn handen, vouwde die fluks op als een geroutineerde plooister en overhandigde deze vervolgens aan de sprakeloze verpleger. Vestiaire bon?

Net vóór de operatie plaatste meneer de anesthesist een katheter in mijn rug, die een oerkreet teweegbracht waardoor ik de bloeddoorstroming in de verpleegsters arm dichtkneep. Ik werd neergelegd gelijk Jezus op zijn kruis. Het aftellen kon beginnen. 

‘Ja, mevrouw, het was best indrukwekkend’, sprak meneer de chirurg me toe. Hij had er precies van genoten. Ik drukte gepikeerd op de pijnpomp. Ik had blijkbaar een volvulus of darmtorsie. In mensentaal: mijn dikke darm lag in de knoop en stond op springen. Aldus heeft hij een stuk van 40cm dikke darm weggesneden alsook het probleem. Opgelost. Ik zal nu blijkbaar enkel en alleen nog met mezelf in de knoop kunnen liggen. Oef. 

Door corona had ik een kamer voor mij alleen en mocht ik geen bezoek ontvangen. Dit ervaarde ik als positief. Ik ben liever alleen met mijn zeer en demonen. Dit was natuurlijk buiten de verpleging gerekend. Ik maakte telkenmale een kruis met mijn wijsvingers om dé verpleegster te weren, die alweer met een coronatest gewapend was. Helaas, ingepakt alsof ze net van de maan kwam, pookte ze erop los. Meneer de kinesist kwam elke dag. Bij mijn eerste wandeling moest ik na tien stappen de handdoek in de ring gooien. Gek, wetende dat ik de week voordien als een dartele hinde 12km liep. De derde nacht kreeg ik een paniekaanval en hield de verpleegster mijn hand vast, zodat mijn snel kloppend hart niet in overdrive ging. Vier uur, een ideaal tijdstip om mijn vriendin in San-Francisco op te bellen, die me op haar beurt wat suste en kalmeerde. Mind over matter. Een mooie mantra. 

‘Ja, mevrouw, bent u al naar het toilet kunnen gaan?’ Elke dag opnieuw. Tot dé dag dat ik hem met de armen en gebalde vuisten in de lucht, toeriep: ‘BREAKING!’ Meneer de chirurg van de interne organen, man van weinig woorden en niet te veel emo als het eventjes kan, kon een schaterlach niet onderdrukken. Een topmoment dat in mijn geheugen gegrift staat, als hét belangrijkste kakje voor een verder goedwerkend darmstelsel. Ja, kakje! Vloeken en ketteren, fuck, shit, kut.  ’t Is schering en inslag in de huidige tijdsgeest en ik zou niet mogen schrijven, dat ik dankbaar ben voor mijn kakje? Ik denk het niet. 

‘Ja, mevrouw, u mag na het weekend naar huis. Het ziet er allemaal goed uit en de revalidatie verloopt vlot, nog vragen?’ ‘Euh, wanneer mag ik terug hardlopen?’ Dat ik nog wat geduld moest hebben en vooral luisteren naar het lichaam en de darmen. Na een tiendaags ziekenhuisverblijf werd ik ontslagen en kon ik thuis eindelijk volledig tot rust komen, weliswaar met het af en toe opnieuw afspelen in mijn hoofd van dat acuut voorval. Het verwerken kon beginnen. 

1 maart 2021

‘Ja, mevrouw, legt u zich maar’. Een trage sit-up was voor meneer de chirurg van interne organen dé manier, om te controleren en voelen of het min of meer goed zat aan de buikwand. 

‘Ja, mevrouw, het is in orde. Ik hoef u verder niet meer opnieuw te zien. Nog vragen?’ ‘Euh, wanneer mag ik weer beginnen hardlopen?’ ‘Vanaf, NU!’ en hij opende de deur van zijn kabinet. Zoef. 

8 maart 2021

Vol goede moed de loopdraad terug opgepikt en 5km slaksgewijs gelopen. Check.

5 september 2021

Dagelijkse dartelheid is natuurlijk een utopie, want de combinatie zware benen, verstrooidheid, slechtziendheid en dát putje in het asfalt zorgden voor een puike duikval met een perfecte timing. Ik viel voor de voeten van een pauze nemende coureur. Ik zag geen vlinders, maar sterretjes. Na wat gebrabbel en: ‘waar ben ik?’ – korrel zout is hier aangewezen- krabbelde ik recht, scande mijn lichaam en gaf mezelf groen licht. Ik zou thuis mijn wonden likken. Mijn loopvriendin trok me mee op sleeptouw, vooral mentaal. Ze was mijn Abdi. 

Deze valpartij leidde tot het nadenken over veerkracht. De geest en het lichaam. Loslaten. Het zoeken naar dat evenwicht. Het is geen vanzelfsprekendheid. Het vergt moed en energie, die je soms moet samenschrapen. Leg het maar eens uit. Niet iedereen wil het horen. Vooral niet teveel. Stempels worden snel gegeven. ’t Zit tussen de oren. Zeer zeker dat.

Maar jullie hebben natuurlijk allemaal een Abdi, toch?